
Bij het Haarlemse Bloemencorso (…) kreeg ik het blad Tuin & Co in mijn handen gedrukt. Dat blad staat vol planten en plantenmensen, zoals Ted: “Als een plant de moeite heeft genomen om zich uit te zaaien, dan is dat zijn plek. Wie ben ik dan om te bepalen dat dat de verkeerde plek is?” Tuin & Co is net zo ontroerend als een bezoekje aan Dille & Kamille. Ik droom soms dat ik ook zo’n lieve, goeie tuinierder ben. Dat ik ons ministadstuintje heb omgetoverd in een kleine oase. Een paradijsje waar de kindjes in een badje spetteren en ik lig te zonnebaden tussen mooie planten, onder welig tierende hanging baskets met subtiele kleine paarse bloempjes, genietend van de geur van tijm en lavendel en het geluid van een fonteintje. Maar, om met Ice-T te spreken: shit ain’t like that, it’s real fucked up. Oké, hij had ‘t over LA South Central, maar zo moet het ook voelen als plant in mijn tuin. Ik zaai en plant me een ongeluk in de lente, maar ik kan vervolgens weken de interesse verliezen. Ik laat zieltogende plantjes aan hun lot over. Sterke exemplaren krijgen alle ruimte om brave kleintjes bruut te overwoekeren. Soms snoei ik een halfdood plantje gewoon helemaal kort. ‘Probeer het gewoon nog een keer’, denk ik dan. Voor 2009 is mijn urban floral ghetto dus alweer reddeloos verloren. Ik kijk gewoon niet meer naar buiten en ga in 2010 Ted-stijl opnieuw beginnen.
Het zijn sombere tijden in huize Mama Leest. Mijn kinderen zet ik schaamteloos in voor bezigheidstherapie. Dat helpt om niet steeds denken aan mijn vriendin die er niet meer is. Het helpt dat ik regelmatig waterpistolen moet vullen of broekspijpen om moet slaan. Het helpt als mijn dochter met haar broers zwembroek over haar hoofd door de kamer rent. En, die prettige bonus van het moederschap, een plank vol nieuwe kinderboeken, helpt ook. Ot Jan Dikkie, die met zijn opa praat over de dood en de mogelijkheden om kroketten mee te nemen naar het hiernamaals, ofwel de maan. ‘“Dan kom ik wel op bezoek,” zegt Ot Jan Dikkie, “En als je dan niet meer dood bent, kunnen we daar grapjes over maken.” “Dat zou wel leuk zijn,” zegt opa, “maar meestal blijven dode mensen dood.”’ Ook Kikker is bedroefd van Max Velthuis helpt tegen gemiesmuis. Maar goed, al met al werkt het allemaal blijkbaar niet voldoende. Zo dacht ik gisteren dat ik het toch maar knap deed, niet steeds huilen, maar gewoon netjes op de bank zitten, beetje nadenken. Ineens keek Zoon geërgerd op van zijn Duplo en zei: “Mama, iederéén gaat dood, hoor. Alleen K ging als eerste.” Betrapt…
Het zijn sombere tijden in huize Mama Leest. Mijn kinderen zet ik schaamteloos in voor bezigheidstherapie. Dat helpt om niet steeds denken aan mijn vriendin die er niet meer is. Het helpt dat ik regelmatig waterpistolen moet vullen of broekspijpen om moet slaan. Het helpt als mijn dochter met haar broers zwembroek over haar hoofd door de kamer rent. En, die prettige bonus van het moederschap, een plank vol nieuwe kinderboeken, helpt ook. Ot Jan Dikkie, die met zijn opa praat over de dood en de mogelijkheden om kroketten mee te nemen naar het hiernamaals, ofwel de maan. ‘“Dan kom ik wel op bezoek,” zegt Ot Jan Dikkie, “En als je dan niet meer dood bent, kunnen we daar grapjes over maken.” “Dat zou wel leuk zijn,” zegt opa, “maar meestal blijven dode mensen dood.”’ Ook Kikker is bedroefd van Max Velthuis helpt tegen gemiesmuis. Maar goed, al met al werkt het allemaal blijkbaar niet voldoende. Zo dacht ik gisteren dat ik het toch maar knap deed, niet steeds huilen, maar gewoon netjes op de bank zitten, beetje nadenken. Ineens keek Zoon geërgerd op van zijn Duplo en zei: “Mama, iederéén gaat dood, hoor. Alleen K ging als eerste.” Betrapt…
Een psycholoog vertelde mij een keer dat het populaire ‘Good enough- parenting’ voortkomt uit de ideeën van de
Voor de marmot heb ik geen excuus. Maar: het yoghurtbacchanaal is onderdeel van een doordachte filosofie voor de eetopvoeding. Wij doen ons best om totale desinteresse uit te stralen als het gaat om wat en hoe de kinderen eten. Ik denk in de supermarkt na over wat ze nodig hebben. Daarna ga ik er vanuit dat het goed komt. Luiheid, energiegebrek en egocentrisme helpen hierbij enorm. Om 18:00 wil ik praten met een groot mens. Als Zoon roept dat hij iets niet lekker vindt, zeg ik: “Prima, dan heb je vandaag een 1-hapsdag. Hoe was het op je werk, schat?”
Mijn dochter is te klein voor een jurkenobsessie. Maar, ik heb me laten vertellen dat deze onafwendbaar is. Zal ik zwichten? Of heftiger, zelf bijpassende jurken dragen? De Petit en King Louie combi is dichterbij dan je denkt. Het kan geinig zijn om op elkaar te lijken en mijn slechtzittende spijkerbroek met grijs vestje-stijl is er niet in maat 92. Ik twijfel, neigend naar geen haar op mijn hoofd. Ik groeide op met een feministische moeder. Tutten was tijdverspilling en Barbie had belachelijk grote tieten. Eens per halfjaar nam ze ons mee naar Peek en Cloppenburg voor een praktische, snelle shopsessie. Het heeft voordelen. Als je niet als een poppetje aangekleed wordt, word je ook niet zo behandeld. Daar heb ik nu nog profijt van. Toch ben ik stiekem jaloers op vrouwen die zeggen: “Mijn moeder is mijn stijlicoon”. Mijn dochter heeft het op dat vlak met mij helaas ook niet getroffen. Hopelijk maak ik dat, net als mijn moeder, helemaal goed met een inspirerende boekenkast. Op dat vlak zijn we deze week wel helemaal mommy & me. We lezen allebei Joke van Leeuwen. Zij het prentenboek 

Het verhaal 